Haags-Indische letterenwandeling

Den Haag is onbetwist de Indische hoofdstad van de wereld. En ze is een stad met literaire faam. Maar is ze ook een stad met typisch Haags-Indische letteren? Wel degelijk. Veel dat Indisch is aan Den Haag, kan met de letteren in verband worden gebracht, en andersom ook: veel van de Haagse letteren hebben een Indisch aspect. Stichting Tong Tong nodigt u uit voor een Haags-Indische letterwandeling, vanaf de Archipelbuurt naar de Tong Tong Fair op het Malieveld, langs pleinen, lanen, singels, schelpenpaden en natuurlijk ook enkele achterafstraten.

Wandelen langs Haags-Indische letteren
De routebeschrijving met een verscheidenheid aan fragmenten is hier gratis te downloa­den.

Ministerie van Koloniën
De Haagse band met Indië is vooral ont­staan na de VOC-­tijd. Als regeringscentrum trok de residentie vanzelf verlofgangers aan: een bezoek aan het Ministerie van Koloniën aan het Plein was een verplicht nummer voor bestuurs­ambtenaren. De concentratie van verlof­gangers bevorderde de stichting van eigen sociëteiten, winkels, restaurants en belangenverenigingen, die op hun beurt weer een extra reden waren om het verlof in Den Haag door te brengen, ook voor hen die niet in overheidsdienst waren.

Dirk van Hogendorp
Indië was amper een kolonie, of ze liet zich gelden in het Haagse literaire leven. Op 20 maart 1801 ging Kraspoekol in première in de schouwburg, geschreven door Dirk van Hogendorp. Het stuk klaagt de slavernij aan, die op dat moment nog in Indië bestond. De opvoering werd verstoord, maar de tekst van het stuk was in Den Haag een groot verkoopsucces.

De Familie Roos; Indische mensen in Den Haag
P.A. Daum
In 1850 werd de grote schrijver P.A. Daum in Den Haag geboren. Zijn roman Indische mensen in Holland (1890) is een van de klassieke Haags-­Indische werken, die de verschillende rangen en standen binnen de Indische gemeenschap van toen, prachtig portret­teert. Rond de eeuwwisseling verschenen ook veel zogenaamde damesromans — nu vaak vergeten — die heel gedetailleerd allerlei facetten van het Haags­-Indische leven heb­ben vastgelegd.

Louis Couperus
Louis Couperus, schrijver van de beroemdste Haags­-Indische roman Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan (1906), werd geboren in Den Haag, groeide op in de Archipelbuurt, “rijpte” in Indië (zoals hij het zelf noemde), en keerde steeds weer terug naar de wijk van zijn jeugd. Net als Maria Dermoût en later onder andere Margaretha Ferguson en Helga Rueb­samen, schreef Couperus voor Het Vaderland — veruit de meest Indische van de Haagse dag­bladen. Vijftien jaar geleden is voor de schrij­ver een eigen museum ingericht, heel toepas­selijk: in een fraai pand aan de Javastraat. Maria Dermoût woonde tussen 1916 en de jaren vijftig van tijd tot tijd in het Staten­kwartier. Na de ‘impressies’ uit de Molukken voor Het Vaderland duurde het tot 1951 voor ze ‘officieel’ debuteerde met Nog pas gisteren.

Tjalie Robinson
Vooral na de repatriëring van de jaren vijftig kreeg het Haags-­Indische literaire leven een sterke impuls, met o.a. Tjalie Robinson en zijn tijdschrift Tong-Tong, waaraan ook veel schrij­vers bijdroegen, zoals Johan Fabricius, Hein Buitenweg, Rob Nieuwenhuys, Willem Brandt en Maria Dermoût. Uit Tong-Tong kwam ook de Indische Kulturele Kring voort, die onder andere literaire middagen organiseerde, met schrijvers als Robert van Gulik en Friedericy. Ze schreef ook de schrijfwedstrijd uit die Lin Scholte ‘ontdekte’.

Onthulling gevelsteen Prins Mauritslaan 36
Pasar Boekoe
Een andere activiteit van de Tong­-Tong­-kring was de organisatie van de Pasar Malam Tong Tong in Den Haag, waar vanaf het eerste begin auteurs aanwezig waren in de boeken­stand, ‘Pasar Boekoe’ (boekenmarkt) genaamd, om boeken te signeren en hun lezers te ontmoeten. Ook werden op de Pasar — in samenwerking met het Letterkundig Museum — regelmatig exposities gewijd aan Indische schrijvers.

Haagse uitgevers, Indische boeken
Bekende Haagse uitgevers van Indische boe­ken waren Moesson, Leopold en Thomas & Eras. Boekhandel Paagman aan de Frederik Hendriklaan richtte een Indische afdeling in, nam deel aan de Pasar Malam en organi­seerde zelf ook literaire avonden met Indische schrijvers. Later heeft boekhandel Van Stoc­kum die specialisatie overgenomen; tegen­woordig verzenden zij Indische titels over de hele wereld.

Writers Unlimited
In de jaren negentig was ‘De Sierkan’ in het Statenkwartier de plek waar de Vrienden van het Indische Boek, onder aanvoering en inspi­ratie van Huib Deetman, hun bijeenkomsten hielden. Enige tijd organiseerde de Werkgroep Indische Letteren ook één bijeenkomst per jaar in Den Haag. In 1995 vond in Den Haag het Festival Indië/Indonesië plaats, waaruit het jaarlijkse festival Winternachten is voort­ gekomen. Lange tijd hield dit festival de liter­aire banden met de oud-­koloniën in Oost en West en aan de Kaap warm, maar de laatste jaren is die focus losgelaten; de naam is gewijzigd in Writers Unlimited.

Stichting Tong Tong
Ook Stichting Tong Tong spant zich in voor de Indische letteren. In het Bibit-­Theater van de Tong Tong Fair zijn jaarlijks verschillende schrijvers te gast, en worden nieuwe Indische boeken ten doop gehouden; uitgevers kiezen zelfs hun verschijningsdata rond ‘Pasartijd’. De verschillende podia huisvesten ook Indi­sche toneelproducties op basis van oude en nieuwe teksten. In 1998 presenteerde Stich­ting Tong Tong de toneelbewerking door Robert Emmen van Indische mensen in Holland van Daum, onder de titel De familie Roos; Indisch leven in Den Haag (zie de publiciteitsfoto voor deze voorstelling bij dit artikel). De laatste jaren heeft Stichting Tong Tong enkele heruitgaven van Indische romans en verhalen aan haar fondslijst toegevoegd: van Reggie Baay en Lin Scholte.

Indische schrijvers in huidig Den Haag
Veel Indische schrijvers verbleven korte of langere tijd in Den Haag, onder wie beroemd­heden als A. Alberts, Eddy Du Perron, Rudy Kousbroek, Multatuli, Beb Vuyk en F. Springer. Met inwo­ners als Alfred Birney, Yvonne Keuls en Helga Ruebsamen telt de stad nog steeds bekende Indische auteurs.

Wandelen door een rijke geschiedenis
Gaat het verhaal verder? “Er is geen voorspel­ling te maken”, zegt E. Breton de Nijs aan het slot van Vergeelde portretten uit een Indisch familiealbum. Maar die onzekere toekomst verandert ondertussen niets aan de werke­lijkheid van de rijke geschiedenis van de Haags­-Indische letteren, waarlangs het heer­lijk wandelen is.

Wandelen langs Haags-Indische letteren
De routebeschrijving met een verscheidenheid aan fragmenten is hier gratis te downloa­den.

De wandeling van circa 2,5 kilometer voert vanaf de Archipelbuurt (op de rand met Scheveningen) via de Mauritskade en het Lange Voorhout naar de Tong Tong Fair op het Malieveld. Het startpunt is bij de halte Bankaplein van bus 22. Deze buslijn heeft haltes op o.a. het Centraal Station en op het Spui (halte Centrum), een goed opstap­punt als u de auto geparkeerd hebt in de garage onder het Plein.

De route is gebaseerd op de drie wandelingen die historicus Esther Tak voor Stichting Tong Tong samenstelde — ook door andere Indische wijken — en in 2005 en 2006 persoonlijk leidde voor Sobats (donateurs van de stichting). Aanleiding was de tentoonstelling Haags-Indische letterproductie; Een bescheiden panorama (2005) van Stichting Tong Tong, mogelijk gemaakt door de Gemeente Den Haag.

 

 

Comments are closed.