Tjalie Robinson, de stem van Indisch Nederland

Op 16 juni 1994 vond in het Bintang-Theater van de 36e Pasar Malam Besar een studiedag plaats gewijd aan Jan Boon, alias Vincent Mahieu, alias Tjalie Robinson. Een studiedag ook over Indische cultuur in Nederlands-Indië, in Nederland en elders in de wereld, over Indisch verleden, heden en toekomst. Onder de sprekers bevonden zich: collega-journalisten, mensen die in een persoonlijke relatie tot hem gestaan hebben, mensen uit de wetenschappelijke wereld. De bijdragen waren soms verstandelijk, dan weer emotioneel, en vaak ook heel geestig. Hun lezingen werden gebundeld in de unieke essaybundel Tjalie Robinson, de stem van Indisch Nederland, waaruit hieronder enkele fragmenten.

Uit de bijdrage van Ellen Derksen, over de allereerste begintijd van Tong-Tong, eind jaren vijftig:

“Het nieuwe adres van de redactie [Prins Mauritslaan 36 in Den Haag] werd ook echt ‘een Indisch huis’, waar de voordeur de hele dag van het slot stond, zodat iedereen — zonder aanbellen — kon komen binnenvallen met verhalen of zomaar om gezellig te ngobrol. Tot grote ergernis van de pursang totok-buurman, die wij op een dag bij de voordeur aantroffen met een oliespuitje om de scharnieren zo geluidloos mogelijk hun werk te laten doen.”

Guus Cleintuar in ‘Tjalie Robinson, een verscheurde ziel’:

“De mens Jan Boon bestond in werkelijkheid uit twee persoonlijkheden die meermalen met elkaar in strijd waren, namelijk Tjalie Robinson en Vincent Mahieu. De eerste, Tjalie Robinson, was de Indo, de straatslijper, de journalist. De man die trouw wenste te zijn aan die grote achterban van hem die uit eenvoudige Indo’s bestond, de mensen waartussen hijzelf als kind en jongen had geleefd, de mensen die zijn verhalen bevolken en die hij niet in de steek wou laten. De tweede, Vincent Mahieu, was de schrijver-literator, de Indischman die eens de weg van de emancipatie naar Nederlands-Westers model had ingeslagen. Zowel in de persoon van Tjalie als in die van Vincent Mahieu had Jan Boon zijn aanhangers en sympathisanten. Maar alleen weinigen waren in staat beide persoonlijkheden te waarderen. Zij die hem wensten te kennen als Tjalie Robinson hadden moeite te begrijpen wat zijn waarde was als Vincent Mahieu; anderen vonden dat hij eigenlijk zijn tijd verdeed door zich zo gedreven bezig te houden met die vele Indo’s die zelden lazen en nog minder schenen te begrijpen van wat Jan Boon als Vincent Mahieu had geschreven.
“Mij komt het voor of de mens Jan Boon steeds moeite heeft gedaan om een hele persoon te worden, maar dat juist het bestaan van die twee verschillende ‘achterbannen’ hem dat verhinderde. Iedere ‘fanclub’ claimde hem voor zich, wilde hem niet verliezen aan de andere. Zo van: als je van hen bent, dan ben je niet meer van ons en omgekeerd.”

Literatuursocioloog Edy Seriese borduurt voort op dit element van (schijnbare) tegenstellingen en (vermeend) verraad in ‘Jan Boon: een Indische jongen aan het werk’.

“Iedereen die zijn sociale groep, of zelfs maar zijn ouderlijk huis verlaat, kent die emotie wel: de pijn om afstand te moeten nemen tot waar je vandaan komt. Maar in de kolonie — in elke kolonie —betekende dat afscheid vooral emotioneel verraad aan je eigen mensen, emotioneel verraad aan jezelf dus ook. En daarom krijgt de personage Mahieu een bittere smaak in zijn mond als hij Djos steeds verder van hem weg ziet rijden in de trein die haar terugbrengt naar haar eigen wereld. Want niet het scheiden doet zo’n pijn, maar het verraad. En de kennelijke onontkoombaarheid ervan, die binnen de koloniale context onbegrijpelijk bleef. Hoe hard je er ook over nadacht.”

Andere bijdragen in de bundel zijn: ‘Van Tjalie zijn we nog niet af’ door Bert Paasman (een korte biografische schets), ‘Tjalie Robinson: een vooruitziend migrant’ door Wim Willems, ‘Tai koetjing’ van Ralph Boekholt, ‘Tjalie Robinson en het Petjo’ door Hadewych van Rheeden, ‘Nogmaals Tjalie’ door Rudy Kousbroek en ‘Tjalie Robinson als cartoonist’ door Joop van den Berg.
Aan de symposiumbijdragen is voorts nog toegevoegd: een nawoord, waarin enkele punten van de forumdiscussie worden aangehaald; ten tweede een zeer uitgebreide bibliografie van en over Tjalie Robinson/Vincent Mahieu, samengesteld door Adrienne Zuiderweg; ten derde foto’s, cartoons en andere illustraties; ten vierde een repliek van Siem Boon op de bijdrage van Rudy Kousbroek. En ten vijfde een ‘nieuwe’ tekst van Tjalie Robinson zelf, namelijk een lezing die hij begin jaren zestig in Californië hield voor een groepje Indische emigranten. Deze tekst is alleen bewaard gebleven op een geluidsband, die kortgeleden boven water kwam.

Het Tjalie Robinson Symposium werd georganiseerd door een samenwerkingsverband van het Indisch Wetenschappelijk Instituut, de Indische Kulturele Kring en de Werkgroep Indisch-Nederlandse Letterkunde, om precies te zijn: Reggie Baay, Bert Paasman, Wilma Scheffers, Edy Seriese, Peter van Zonneveld en Adrienne Zuiderweg.

Tjalie Robinson, de stem van Indisch Nederland, red. Bert Paasman e.a., uitg. Stichting Tong Tong, ISBN 90-801433-3-2, 128 blz., € 9,50 (Sobats € 8,55).

Comments are closed.