Zorg voor kinderen. Pa van der Steur en zijn mini-kolonie in Indië

Op 10 maart 2016 is in Museum Bronbeek te Arnhem de tentoonstelling Zorg voor kinderen. Pa van der Steur en zijn mini-kolonie in Indië geopend, over het leven en werk van Johannes van der Steur, die de geschiedenis is ingegaan als ‘Pa’ van ca. 7.000 tehuiskinderen. Dit is een productie van Stichting Tong Tong.

Actualiteitenrubriek EenVandaag (NPO1) maakte tijdens de opbouw van de tentoonstelling een reportage, uitgezonden op dinsdag 8 maart 2016. Bekijk de reportage hier.

Over de tentoonstelling
Zorg-voor-kinderen-posterIn 1893 opende Johannes van der Steur in Magelang (Java) het tehuis Oranje-Nassau, vanuit de wens opvang en gezelligheid te bieden aan militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). Al binnen een jaar werd hij geconfronteerd met soldatenkinderen: de nakomelingen van KNIL-soldaten en inlandse vrouwen, doorgaans buiten het huwelijk verwekt. Van der Steur beschouwde het als zijn morele plicht om deze kinderen een Europese opvoeding te geven wanneer hun vader er niet (meer) was.

Het tehuis ontwikkelde zich tot een magneet voor soldatenkinderen. Wezen, half-wezen, betalende logés, elk ‘Steurtje’ woonde er langere of kortere tijd, met ieder een eigen achtergrond. In de periode 1893-1945 bood Van der Steur circa 7.000 kinderen een thuis. Van der Steur overleed in 1945, kort na zijn bevrijding uit een Japans interneringskamp.

‘Pa’ werd bekend als weldoener en voorbeeldig christen, maar was tegelijkertijd een hard core koloniaal die oprecht geloofde in de superioriteit van de Nederlandse (Europese) beschaving. De tentoonstelling beschrijft zijn Indische wereld, hoe hij voortdurend bezig was om fondsen te werven voor zijn almaar groter wordende tehuis. Daarbij hield hij zijn achterban een beeld voor van een ideale samenleving: in zijn tehuis zou hij de komende generatie van de stabiele kolonie opvoeden. Foto’s tonen deze geregisseerde werkelijkheid (soldatenkinderen in huisuniform), maar nemen de museumbezoekers ook mee áchter de schermen, met ‘kiekjes’ van het informele tehuisleven, zoals de slaapzaal en het eetlokaal.

‘Zorg voor kinderen’ roept ook vragen op. Want waar is moeder in dit verhaal? Stemde zij wel toe dat haar kinderen door ‘Pa’ uit de kampong werden gehaald? En hoewel ‘Pa’ in vele Indische families met grote eer wordt herdacht, schreven Indische kranten ook over kinderen die rebelleerden en wegliepen.

De tentoonstelling is van 11 maart tot en met 11 september open voor publiek. Meer informatie over Museum Bronbeek, openingstijden en toegang vindt u op www.bronbeek.nl.

Biografie, tentoonstelling
In 2015 was een tentoonstelling over het leven en werk van Johannes van de Steur te zien in het Cultuurpaviljoen van de Tong Tong Fair. Speciaal voor Museum Bronbeek is de expositie Soldatenkinderen uitgebreid waarbij mede gebruik is gemaakt van het depot van het museum.

De expositie is gebaseerd op de biografie uit 2015 van dr. Vilan van de Loo, Johannes ‘Pa’ van der Steur (1865–1945): zijn leven, zijn werk en zijn Steurtjes (hardcover, met fotokaternen. ISBN 978-90-78847-09-0), een uitgave van Stichting Tong Tong.

Dr. Vilan van de Loo publiceert over Indische geschiedenis en letteren. Momenteel werkt ze aan een biografie van Gouverneur-Generaal J.B. van Heutsz (1851–1924). Meer informatie over de auteur vindt u op vilanvandeloo.nl.

Tip: Vanaf 30 juni 2016 is in Museum Haarlem de tentoonstelling ‘Man met moraal: Pa van der Steur; Uit Haarlem naar Indië’ te bezoeken.

Over Stichting Tong Tong
Stichting Tong Tong is de oudste Indische culturele organisatie van Nederland. Haar doel is de Indische cultuur te stimuleren en de kennis over Indische mensen en hun cultuurgeschiedenis te bevorderen. Deze doelstellingen zijn o.a. zichtbaar in tentoonstellingen, boekuitgaven én in de culturele programmering van de Tong Tong Fair in Den Haag. Stichting Tong Tong werkt vanuit de opvatting dat Indische cultuur een onlosmakelijk deel van de Nederlandse cultuur is, en Indische geschiedenis een onderdeel van de vaderlandse geschiedenis.

Cuzinhia Cristang, een mengkeuken uit Malakka

In 2012 serveerde de KLM gedurende enkele maanden een Cristang menu, samengesteld door Celine Marbeck, op de vluchten naar Kuala Lumpur. De Food & Beverage Specialist van KLM, Thijs Visser, werd door onze uitgave Cuzinhia Cristang, een mengkeuken uit Malakka op het idee gebracht. Gefeliciteerd, Celine, ook wij zijn trots op dit resultaat!

Celine Marbeck, de Euraziatische Cordon-Bleu-chef uit Malakka in Maleisië, introduceerde in 2000 de cuzinhia Cristang (Cristang keuken), een Portugese mengkeuken met Nederlandse, Chinese en Maleise invloeden, op de Pasar Malam Besar (nu: Tong Tong Fair) in Den Haag.

De Cristang keuken ontstond in Malakka dat vanaf 1511 tot de onafhankelijkheid in 1957 achtereenvolgens in Portugese, Nederlandse en Britse handen was.

Tijdens haar kookdemonstraties in het Kooktheater van Tong Tong kreeg Celine Marbeck veel reacties uit het publiek vanwege de verwantschap tussen de Indische keuken en de Cristang keuken. Het bracht Stichting Tong Tong, verantwoordelijk voor het culturele programma, op het idee om die recepten te bundelen in een kookboek. Het fraai vormgegeven Cuzinhia Cristang, een mengkeuken uit Malakka (2004) is het resultaat. Het is de eerste Nederlandse uitgave over de Cristang keuken, met artikelen over de ontstaansgeschiedenis en natuurlijk vele recepten. Net als de Indische is ook de Cristang keuken — beide fusion keukens avant la lettre — geschikt voor een eenvoudig maal èn sprankelend genoeg voor een overdadig banket.

Tijdens de Pasar Malam Besar was er flinke belangstelling voor het kookboek. Veel bezoekers van het Kooktheater vroegen Celine haar boek te signeren. Inmiddels heeft ook de landelijke pers Cuzinhia Cristang ontdekt. Johannes van Dam schreef in ‘Het Parool’ (10 augustus 2004):

“Het lijkt of iemand die ten prooi is gevallen aan het moderne fusion-verschijnsel hier aan het werk is geweest, maar het is allerminst een nieuw verzinsel.” En na een korte historische schets voegt hij eraan toe dat de Cristang keuken “als voordeel [heeft] boven de moderne zogenaamde fusion-keukens dat er al eeuwen ervaring overheen is gegaan. Het wiel hoefde er niet nog eens voor te worden uitgevonden.” En hij sluit af met: “Dit fraai uitgevoerde boek is waarschijnlijk het eerste Europese kookboek dat wat van die bijzonder interessante en smakelijke receptuur openbaart.”

Celine Marbeck signerend in 2006, foto: Arenda Oomen

Cuzinhia Cristang, een mengkeuken uit Malakka, Celine Marbeck, met een voorwoord van Ellen Derksen, en een interview door Brigitte Ars, culinaire fotografie Amran Hassan, vormgeving Sabrina Luthjens. Rijk geïllustreerd, ook in kleur. Paperback, ingenaaid, omslag met flappen. ISBN 90-801433-8-3, 128 blz. Prijs € 7,50. Sobatprijs € 6,75. Met ingang van 14 april 2018: € 6,- en voor Sobats € 5,40.

Tropenecht. Indische & Europese kleding in Nederlands-Indië

Tropenecht; Indische en Europese kleding in Nederlands-Indië (1996), door Dorine Bronkhorst & Esther Wils, is het eerste boek over de kleedgewoonten in Nederlands-Indië en de speciale Indische kledingstukken als de sarong kebaja, de djas toetoep en de tjelana monjet.

Ruim 200 foto’s, de meeste afkomstig uit het unieke fotoarchief van het Indisch Wetenschappelijk Instituut en nooit eerder gepubliceerd, belichten de periode 1870-1950, d.w.z. van de hoogtijdagen van tempo doeloe tot aan het eind van Nederlands-Indië. Citaten uit romans, handboeken en tijdschriften, reclamemateriaal en fragmenten uit speciaal gevoerde interviews vormen andersoortig illustratiemateriaal. Na lezing van Tropenecht ziet men meer op oude foto’s, haalt men meer uit oude romans. Nu al een standaardwerk! In veel boeken over (het dagelijks leven in) Indië die sindsdien verschenen, staat Tropenecht in de literatuurlijst vermeld.

Mooi fotoboek over Indië
Tropenecht is het eerste boek over “Indische en Europese kleding in Nederlands-Indië”, zoals de ondertitel luidt. Maar is het daarom alleen een boek voor kostuumhistorici? In het geheel niet. “Kleding vertelt een verhaal”, zoals samenstelster Dorine Bronkhorst zei bij de overhandiging van het eerste exemplaar, in 1996, aan Rob Nieuwenhuys, “en Tropenecht vertelt een heel eigen verhaal over de mores en kleedgewoonten in Indië.” Het vertelt over de eigen manier van leven en dag-indelen in Indië, over de verhouding tussen de diverse bevolkingsgroepen, over de grote veranderingen die de koloniale samenleving van Indië kende, van de mestiezenhegemonie in het begin tot de mode van ‘het Westen’ tegen het einde — alles komt aan bod, in tekst en vooral in beeld. De meeste afbeeldingen werden nooit eerder gepubliceerd; meer dan de helft van de foto’s komt uit het unieke archief van het IWI, het Indisch Wetenschappelijk Instituut. Ook Sobats (donateurs van Stichting Tong Tong) en andere Pasargangers leverden veel materiaal.

Door de bijzondere uitvoering en vele foto’s is het een schitterend kadoboek.

Lovende recensies voor ‘Tropenecht’
Diny Schouten in Vrij Nederland (13 juli 1996):

“Tropenecht is als fotoalbum een uitvloeisel van een tentoonstelling die in 1994 te zien was op de zesendertigste Pasar Malam Besar in Den Haag, maar de ambitie van de samenstelsters hield meer in dan alleen een plakboek van het beeldmateriaal van toen, voorzien van wat ruimere onderschriften. Aan de uitbundige vormgeving (de gebonden versie heeft metalen beschermhoekjes, en een knippatroon voor een kebaja aan de binnenzijde van het schitterende stofomslag) is al te zien dat het boek uitdrukkelijk geen wetenschappelijke pretentie heeft. Van dat voorbehoud hebben Bronkhorst en Wils nadrukkelijk geen excuus willen maken, want ze laten er meteen, sympathiek, op volgen dat wèl naar zorgvuldigheid is gestreefd. […] Tropenecht geeft veel meer dan alleen een nostalgisch beeld van de kleren die in ‘Nederlands-Indië’ gedragen werden.”

Jan Blokker in de Volkskrant (13 juli 1996):

“De laatste zin van hun voorwoord luidt: ‘Wij wensen de lezer veel plezier en hopen dat hij — net als wij tijdens het werk — in dit boek interessante en soms ontroerende ontdekkingen zal doen.’ In wetenschappelijke publicaties zul je die combinatie van interessant en ontroerend niet gauw tegenkomen […]. Aan het eind van hun hoogst instructieve inleiding vragen Bronkhorst en Wils zich af of er van de ‘Indische mode’ na 27 december 1949 eigenlijk nog iets is overgebleven, en ze wijzen op iets dat in kringen van ‘Indische mensen’ nog altijd in ere wordt gehouden: ‘de strenge scheiding tussen huisdracht en uitgaanstenue’. En ze vervolgen: ‘In de huiskleding wordt nog geen brief gepost op de hoek van de straat, en de nette kleren worden bij thuiskomst zo snel mogelijk omgeruild voor het comfortabele huisgoed. Vooral de schoenen worden snel uitgetrokken; ook veel Indische jongeren doen dat nog.’ Wie aandachtig de tussenteksten en fotobijschriften in het album leest, zal over de periode 1870-1940 tientallen van zulke wetenswaardigheden tegenkomen — en inderdaad: niet alleen interessant, ook ontroerend.”

Rudy Kousbroek in NRC Handelsblad (26 juli 1996):

“Wat is er zo bijzonder aan Tropenecht, een boek over Nederlands-Indische tropenkleren, door Dorine Bronkhorst en Esther Wils? Het is, denk ik, dat je er aan kunt zien dat het met grote liefde gemaakt is. Het straalt er op een of andere manier vanaf: toen ik bij Van Stockum op de Pasar Malam zat te signeren kon ik zien hoe bezoekers het boek oppakten en er dromerig mee in hun handen stonden (en er, mag ik hopen, ook dromerig mee naar de kassa liepen). Uitvoering, afwerking, omslag, de keuze van de foto’s: het ademt zorg, al vanaf de Inleiding […].
“Zo’n lading tederheid voel je ook in veel van de andere foto’s: het moet wel (misschien onbewust) een criterium bij het selecteren zijn geweest. […] Je kijkt naar de gezichten en je denkt: O, daar was het; het is om in snikken uit te barsten, want het is er niet meer en het komt nooit nooit meer terug. […] Hoe gevoelig voor die sfeer moeten de samenstellers zijn geweest. […] Dat is, als je de foto’s goed bekijkt, hun kwaliteit: ze zijn gekozen met een trefzeker gevoel voor stijl.”

Remco Raben in Moesson (november 1996):

“De kracht van het fotografische beeld is veel groter dan dat van het geschiedverhaal of zelfs de roman. Bovendien bieden foto’s een essentiële aanvulling op de geschreven bronnen, die vaak voorbij gaan aan de werkelijkheid van alledag: de huiselijke omgeving, het voedsel en de kleding. “In Tropenecht wordt de geschiedenis bijna tastbaar. Op indringende wijze passeert een wereld ons oog die door steeds minder onder ons werkelijk is beleefd. De persoonlijke herinnering wordt geschiedenis. Dat dit geen verlies hoeft te zijn, bewijst dit boeiende, mooie boek.”

Surplus (jan./feb. ’97):

“Het verhaal wordt niet alleen door middel van foto’s en prenten verteld. De foto’s worden afgewisseld met citaten uit romans, memoires en instructieboekjes […], artikelen uit Indische tijdschriften als D’Oriënt, advertenties uit tijdschriften en catalogi, citaten uit interviews en brieven. Waar nodig werd dit aangevuld met helder geschreven teksten van de schrijvers zelf. De foto’s en bijschriften, de citaten en andere teksten vullen elkaar prachtig aan. […] De knappe combinatie van illustraties en teksten maakt dat ook de lezer die nooit in Indië is geweest en ook geen Indische familie heeft zich een helder beeld kan vormen van het dagelijkse leven van Europeanen in het vroegere Indië.”

Tessel Pollmann in Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden (jrg. 112, afl. 4, verschenen eind december 1997):

“Wie nu Daum leest, of Couperus, Friedericy of Marie van Zeggelen en zich afvraagt hoe de hoofdpersonen uit deze boeken zich kleedden, haaste zich naar het boek Tropenecht. Veel foto’s en beschrijvingen uit fictie, memoires, hoe-hoort-het-boeken, veel advertenties en veel aardige anekdotes en interviewteksten uit later tijd maken dit boek tot een document dat onmisbaar zal worden bij beschrijvingen van de levensstijl van toen.”

Tropenecht; Indische en Europese kleding in Nederlands-Indië
Auteur: Dorine Bronkhorst en Esther Wils. Met tekstbijdragen van Daan Wieman, John Verbeek, Siem Boon

Vormgeving: Arthur Meyer; lay-out: Sabrina Luthjens
168 blz., 24 x 30 cm, 220 foto’s

Tropenecht is verkrijgbaar in twee uitvoeringen: paperback (ingenaaid, ISBN 90-801433-4-0) à € 15,- en hardcover (gebonden, ISBN 90-801433-5-9) à € 22,50
Sobatprijs resp. € 13,50 (paperback) en € 20,25 (hardcover).

Mogelijk gemaakt door VSB Fonds Den Haag e.o. en onze Sobats (donateurs).

Lees meer over de expositie Tropenecht.

Excursie naar het Verzetsmuseum in Amsterdam

Op 31 januari 2016 organiseert Stichting Tong Tong een excursie voor Sobats (donateurs van Stichting Tong Tong) naar het Verzetsmuseum in Amsterdam voor een bezoek aan de expositie De Koloniale oorlog 1945–1949; Gewenst en ongewenst beeld. Aansluitend gaan we lunchen in de Hortus Botanicus van Amsterdam. Wilt u deelnemen? Meldt u zich dan voor 15 januari aan bij linda.sellier@tongtong.nl.

Nog geen Sobat? Op deze pagina leest u hoe u donateur van Stichting Tong Tong wordt!

Over de tentoonstelling
Recent laaiden de discussies op over het door Nederlandse militairen gepleegde geweld tijdens de dekolonisatie-oorlog in Nederlands-Indië (1945–1949). Waardoor bleef het extreme geweld – van beide kanten – zo lang onbekend bij het grote publiek? Een van de oorzaken is de gemanipuleerde beeldvorming in de Nederlandse pers, onderwerp van de tentoonstelling Koloniale oorlog 1945–1949; Gewenst en ongewenst beeld. De tentoonstelling laat zien welke beelden op last van de Nederlandse autoriteiten destijds wel en bewust niet te zien waren in de media. Dat betekent dat u straks wenselijke, ‘vrolijke’ beelden ziet, maar ook gruwelijke oorlogsbeelden, destijds door de autoriteiten verborgen gehouden.

Exclusieve lezing, daarna lunch in de Hortus Botanicus
Sobats van Stichting Tong Tong krijgen een exclusieve lezing in de gehoorzaal van het Verzetsmuseum en bezoeken aansluitend de tentoonstelling, in gezelschap van Louis Zweers die de expositie maakte. Daarna lopen we naar de Hortus Botanicus Amsterdam voor een 3-gangen lunch mét een glaasje rode/witte wijn/frisdrank en koffie/thee na. Maar eerst wordt u in museumcafé De Oranjerie verwelkomd met een heerlijk biologisch sapje. Na afloop kunt u op eigen gelegenheid de tuin ontdekken.

Programma in detail

    11.00 Ontvangst met koffie/thee en een koekje
    11.30 uur Lezing door Louis Zweers en een bezoek aan de tentoonstelling De Koloniale oorlog 1945–1949. Gewenst en ongewenst beeld
    13.00 Te voet naar de Hortus Botanicus Amsterdam (slechts vijf minuten lopen)
    13.30 Lunch
    14.30 Bezoek aan de Hortus op eigen gelegenheid.

Kosten
De kosten van dit Sobatuitje bedragen € 39,– per persoon.

Aanmelden vóór 15 januari
U kunt zich tot uiterlijk 15 januari 2016 aanmelden. Stuurt u a.u.b. een mail naar linda.sellier@tongtong.nl met een vermelding van het aantal personen en uw contactgegevens. Het uitje gaat door bij een deelname van minimaal vijftien personen; er is een maximum van veertig deelnemers.

Pa van der Steur, zijn leven, zijn Steurtjes

In mei 2015 presenteerde dr. Vilan van de Loo de biografie van Johannes van der Steur, in vele Indische families beter bekend als ‘Pa van der Steur’. In 1893 arriveerde de zendeling Van der Steur (1865–1945) in Indië, waar hij al snel kinderen in zijn militair tehuis ‘Oranje-Nassau’ in Magelang (Java) opnam. Het werd zijn levenswerk: (half)wezen onderdak, scholing en liefde geven. Geschat wordt dat ‘Pa’ wel 7.000 kinderen, Steurtjes bijgenaamd, een thuis heeft geboden. Deze kinderen waren van gemengde afkomst, met een Europese KNIL-vader en een Javaanse moeder.

Stichting Tong Tong produceerde een begeleidende tentoonstelling, ‘Pa, zijn leven, zijn Steurtjes’. De expositie focust meer op het werk van Van der Steur in Indië, waar de biografie ook uitgebreid in gaat op zijn jonge jaren in Haarlem.

 

De tentoonstelling toont uniek beeldmateriaal dat Van de Loo in de archieven vond. Het tehuis Oranje-Nassau komt tot leven. De foto’s tonen enerzijds het geregisseerde beeld dat Van der Steur zijn sponsors bij voorkeur toonde, anderzijds laten ‘kiekjes’ het informele tehuisleven achter de schermen zien, zoals de slaapzaal en het eetlokaal.

“Met schrik heb ik gezien, dat ’t aantal Indo-Europeanen thans reeds 51.000 bedraagt tegen 11.000 pur-sang Europeanen. Wij hebben geen gevaarlijker vijanden dan de Indo-Europeanen.” (Kamerlid Henri van Kol, 1903)

Met quotes als de bovenstaande wordt de bezoekers duidelijk gemaakt hoe er in de 19e en vroeg 20e eeuw over Indo-Europeanen werd gedacht.

In vitrines liggen brieven die dankbare Steurtjes aan Pa schreven en er is zelfs aarde uit Magelang. Ook maken we kennis met de familieleden van Van der Steur, die voor korte of lange tijd in het tehuis meewerkten.

Prominent opgesteld zijn twee levensgrote paspoppen, gehuld in originele Hollandse, zware, zwarte kledij van eind 19e eeuw. Deze kleding droegen Pa en zijn zus Marie in de tropische hitte van Java (hoewel Pa later ook luchtige tropenkleding droeg, zoals de foto’s tonen). Het symboliseert het verschil in leven in Holland en leven in Nederlands-Indië.

Een tijdbalk laat de bezoekers niet alleen zien in welke fase van Pa’s leven we zijn, maar plaatst het verhaal in een bredere historische context. Zo wordt Pa van der Steur in zijn eigen tijd geplaatst.